Eetstoornis en sport
Ben jij gevoelig voor of heb je een eetstoornis? Dan kan onderstaande content triggerend werken.
Sporten met verhoogd eetstoornisrisico
Een bekend Noors onderzoek* uit 2004 liet zien dat 20% van de vrouwelijke en 8% van de mannelijke topsporters een eetstoornis had of daar dichtbij zat. In de Noorse bevolking was dat 9% van de vrouwen en 0,5% van de mannen.
Het Noorse onderzoek laat ook zien dat vooral sporters uit bepaalde sporten extra risico lopen op verstoord eetgedrag en op het ontwikkelen van een eetstoornis. Het gaat onder andere om:
- Esthetische sporten: zoals turnen, dans, kunstschaatsen, schoonspringen en synchroonzwemmen.
- Sporten met gewichtsklassen: zoals judo, boksen, roeien, worstelen en taekwondo.
- Duursporten: zoals hardlopen, wielrennen en triatlon.
- Sporten waarbij de zwaartekracht een grote rol speelt: zoals wedstrijdklimmen en skischansspringen.
- Lichaamsgerichte sporten: zoals bodybuilding, bikinifitness en beachvolleybal.
Ook mensen die voor hun plezier sporten kunnen kwetsbaar zijn. In sommige sporten en sportomgevingen zijn prikkels die bij gevoelige mensen ongezond eetgedrag kunnen oproepen of erger maken. Daarnaast kan sporten bij mensen met eetproblemen worden gebruikt om af te vallen of het lichaam te veranderen. Het gaat dan niet alleen om eten, maar ook om hoe en hoeveel iemand sport.
*Sundgot-Borgen, J. (2004). Prevalence of Eating Disorders in Elite Athletes Is Higher Than in the General Population. Clinical Journal of Sport Medicine.
Signalen herkennen van sporters met een eetstoornis
Sporters hebben vaak een ander eetpatroon dan mensen die niet sporten. In de sportwereld ligt veel aandacht op voeding, prestaties en gewicht. Maar ook mensen die niet op topniveau sporten kunnen een eetstoornis ontwikkelen of in stand houden door sport.
Veel mensen met een eetstoornis krijgen last van een sterke drang om te bewegen of worden erg onrustig. Let op: iemand kan een gezond gewicht hebben en toch een ernstige eetstoornis hebben. Sporters zijn vaak gespierder, waardoor hun gewicht hoger kan zijn. Daardoor laat de body mass index (BMI) soms niet goed zien hoe slecht iemand er lichamelijk aan toe is.
Bij mensen die veel en intensief sporten kan ook RED-S ontstaan. Dit staat voor Relative Energy Deficiency in Sport. RED-S ontstaat wanneer iemand regelmatig en langdurig te weinig energie binnenkrijgt voor de hoeveelheid energie die wordt verbruikt door training en dagelijkse activiteiten. Dit tekort heeft invloed op veel processen in het lichaam. Het gaat niet alleen om de menstruatie of botgezondheid, maar om het hele lichaam — bij zowel vrouwen als mannen.
Een eetstoornis kan een oorzaak zijn van RED-S, maar RED-S kan ook ontstaan zonder eetstoornis. Meer informatie vind je op sportzorg.nl en op de pagina’s van Voedingsinfo NICE.
Signalen herkennen
Bij mensen die veel en intensief sporten kan ook RED-S ontstaan. Dit staat voor Relative Energy Deficiency in Sport. RED-S ontstaat wanneer iemand regelmatig en langdurig te weinig energie binnenkrijgt voor de hoeveelheid energie die wordt verbruikt door training en dagelijkse activiteiten. Dit tekort heeft invloed op veel processen in het lichaam. Het gaat niet alleen om de menstruatie of botgezondheid, maar om het hele lichaam — bij zowel vrouwen als mannen.
Een eetstoornis kan een oorzaak zijn van RED-S, maar RED-S kan ook ontstaan zonder eetstoornis. Meer informatie vind je op sportzorg.nl en op de pagina’s van Voedingsinfo NICE.
Lichamelijk:
- Gewichtsverlies
- Afbuigende groeicurve
- Verminderde botdichtheid en verhoogd risico op stressfracturen
- Hormonale verstoringen en menstruatiestoornissen bij vrouwen, laag testosteron bij mannen
- Verminderde spierkracht en uithoudingsvermogen
- Vertraagd herstel en verhoogd blessurerisico
Psychologisch en cognitief:
- Vermoeidheid, concentratieproblemen
- Prikkelbaarheid, somberheid
- Vermijden van sociale situaties
Prestatie:
- Dalende sportprestaties ondanks intensieve training
- Langzamer herstel na inspanning
Meer informatie over de algemene lichamelijke gevolgen van een eetstoornis vind je hier.
Bij topsporters en mensen die veel en intensief sporten kan een ongezonde relatie met eten en bewegen ontstaan. Een eetstoornis kan er bij hen iets anders uitzien dan bij mensen die niet zo intensief sporten. Om deze klachten te beschrijven gebruiken sportonderzoekers de term anorexia athletica. Deze term staat niet officieel in de DSM-5-TR. Daardoor zijn er ook geen duidelijke, algemeen erkende kenmerken voor.
Naast de algemene signalen van RED-S kunnen deze signalen voorkomen bij anorexia athletica:
- Veel en dwangmatig trainen, ook bij een blessure of grote vermoeidheid.
- Meer trainen dan in het schema staat, of trainen tegen (para)medisch advies in.
- Het gevoel dat de sportprestaties bepalen hoe iemand zichzelf ziet.
- Alleen tevreden of gelukkig zijn na lange, zware trainingen.
- Een laag lichaamsgewicht zien als een manier om beter te presteren.
- Een verstoord of negatief beeld van het eigen lichaam, al hoeft dat niet altijd zo te zijn.
In de behandeling staat het opbouwen van een gezonde relatie met eten én bewegen centraal. Het is ook belangrijk om te kijken naar de redenen achter het gedrag, en om te leren omgaan met dingen in de sportomgeving die iemand kunnen aanzetten tot te veel trainen of tot een tekort aan energie.
Bij mensen met een eetstoornis denken we vaak aan mensen die dunner willen worden en bezig zijn met afvallen. Maar er is ook een groep mannen en vrouwen die juist meer spieren wil en een extreem laag vetpercentage nastreeft.
In sportscholen, fitnesscentra, crossfitboxen en bij sporten zoals bodybuilding en bikinifitness zien we regelmatig mensen die op een ongezonde manier bezig zijn met gespierder worden. Deze sterke focus kan ontstaan of erger worden door sociale media. Daar zien mensen veel gespierde lichamen, transformaties en afgetrainde leeftijdsgenoten, influencers en sporters.
Naast de algemene signalen van RED-S kunnen deze signalen voorkomen bij bigorexia:
- Veel en dwangmatig krachttrainen, ook bij blessures of tegen (para)medisch advies in.
- Nooit tevreden zijn over de eigen spiermassa, ook al is iemand duidelijk gespierd.
- Strenge en vaak eenzijdige voedingsschema’s volgen die gericht zijn op zo veel mogelijk spieropbouw.
- Veel supplementen gebruiken, of sterk de behoefte voelen om deze te gebruiken.
- Bang zijn om spiermassa te verliezen wanneer iemand minder traint.
Bigorexia wordt ook wel reversed anorexia of het Adoniscomplex genoemd. In de DSM-5-TR heet deze aandoening spierdysmorfie.
Orthorexia is geen officiële diagnose binnen de DSM-5-TR. De term wordt wel vaak gebruikt bij eetstoornissen. Dit komt doordat een sterke focus op gezond eten kan leiden tot grote lichamelijke en mentale problemen. Het kan ook zorgen voor relatieproblemen, sociaal isolement en problemen in het dagelijks leven.
Bij orthorexia richt iemand zich volledig op gezond eten en vaak ook op een gezonde leefstijl. Doordat er veel aandacht is voor gezonde voeding in onze samenleving, lijkt orthorexia vaker voor te komen. Meestal begint dit met goede bedoelingen, maar de aandacht voor gezond eten kan doorslaan en ongezond worden.
Naast de algemene signalen van RED-S kunnen deze signalen voorkomen bij orthorexia:
- Heel sterk gericht zijn op gezond eten, en alleen de ‘gezondste’ producten willen eten.
- Steeds meer voedingsmiddelen vermijden die als ongezond worden gezien.
- Strenge regels of vaste gewoontes hebben rondom maaltijden en keuzes in voeding.
- Schuldgevoel, angst of zorgen ervaren wanneer iemand afwijkt van het eigen strikte dieet.
- Het gevoel dat controle en zelfvertrouwen afhangen van het eetpatroon.
- Veel en soms dwangmatig bewegen of intensief sporten.
Gevolgen voor je lichaam
Sport en bewegen kunnen ingewikkeld zijn bij iemand met een eetstoornis. Wanneer is bewegen gezond, en wanneer gaat het te ver? Sport kan iemands passie zijn, maar een eetstoornis kan zich daar langzaam mee gaan verbinden.
Veel sporten betekent niet automatisch dat iemand een eetstoornis heeft. Topsporters trainen bijvoorbeeld vaak veel door hun dromen, doelen en plezier in de sport. Tegelijk weten we dat eetstoornissen onder topsporters vaker voorkomen. Sporten wordt pas ongezond wanneer het ten koste gaat van iemands mentale, sociale of lichamelijke gezondheid.
Het aantal uren dat iemand traint, zegt daarom niet genoeg. Dit maakt het lastig om te bepalen of iemand op een gezonde manier met sport omgaat. Het is belangrijk om te kijken naar hoeveel iemand traint in verhouding tot het schema, hoeveel rust iemand neemt en of de voeding daarbij past.
Wil je weten of jouw manier van sporten, of die van je sporter, kind, cliënt of patiënt, gezond is? Kijk dan eens welke signalen je herkent uit het overzicht hieronder.
Als je op één of meer van onderstaande uitspraken hieronder ‘ja’ antwoordt, kan er sprake zijn van een ongezonde relatie met sport.
- Sporten voelt alsof het moet.
- Ik raak gespannen als sociale activiteiten het sporten in de weg staan, of ik sla sociale activiteiten daarom over.
- Ik sport door bij ziekte of blessures, ook als mij is verteld dat ik moet rusten.
- Ik mag van mezelf pas een bepaalde hoeveelheid eten als ik heb gesport of bewogen.
- Extra eten moet van mezelf worden gecompenseerd met beweging.
- Ik sport meer dan mijn trainer of begeleider verantwoord vindt.
- Mijn motivatie om te sporten gaat vooral over hoe mijn lichaam eruitziet.
- Sporten zonder horloge of tracker geeft stress.
- Mijn sportprestaties worden slechter, ook al sport ik veel. Ik heb dan minder kracht, minder snelheid of minder uithoudingsvermogen.
- Wanneer sport dwangmatig wordt, verdwijnt vaak het plezier in sporten.
- Je sociale leven en functioneren kunnen er ook flink onder lijden.
- Als de energie-inname een lange tijd en voortdurend niet past bij intensief sporten, is er sprake van RED-S (Relative Energy Deficiency in Sport).
Iemand steunen
Ben jij trainer of coach en maak je je zorgen over een sporter of leerling? Denk je dat er misschien sprake is van een eetstoornis? Dat is vaak moeilijk te herkennen, omdat veel sporters bewust met voeding bezig zijn en intensief trainen. Toch kan er soms meer aan de hand zijn.
Het is belangrijk om alert te zijn, want een eetstoornis kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid én voor sportprestaties. Je hoeft het probleem niet zelf op te lossen, maar je kunt wel een belangrijke rol spelen. Je kunt het onderwerp voorzichtig bespreekbaar maken en steun geven.
Andere tips die kunnen helpen om je sporter te ondersteunen zijn:
Durf het gesprek over eetstoornissen aan te gaan, ook al voelt dat spannend. Als je dit zelf moeilijk vindt, vraag dan een collega of deskundige om het gesprek te voeren. Begin met een eenvoudige vraag, zoals: “Hoe gaat het (echt) met je?” Laat zien dat je luistert en dat je steun wilt geven.
Wees eerlijk en oprecht. Dit kan voor een sporter een belangrijke eerste stap zijn richting hulp en herstel.
Als coach heb je vaak een hechte en bijzondere band met je sporters. Daardoor heb je veel invloed op hun leven. Een opmerking over lichaamsgewicht of lichaamsvorm kan, samen met andere risico’s, een aanleiding zijn voor het ontwikkelen van een eetstoornis. Dit kan zelfs gebeuren wanneer de opmerking niet direct tegen de sporter zelf is gericht, of niet vervelend is bedoeld.
Wees daarom voorzichtig met de woorden die je gebruikt wanneer je praat over lichamen, voeding en prestaties.
Veel sporters voelen druk om perfect te zijn, omdat er veel aandacht is voor prestaties, uiterlijk en voeding. Dit kan zorgen voor onzekerheid en voor het gevoel dat ze zich steeds met anderen moeten vergelijken.
Bespreek twijfels en onzekerheden daarom actief, ook wanneer iemand aan de buitenkant zelfverzekerd lijkt.
Een eetstoornis neemt een sporter vaak helemaal in beslag en kost veel energie. Die energie is juist nodig voor training, herstel en ontspanning. Help je sporter door te benadrukken hoe belangrijk balans is.
Maak duidelijk dat goed eten, rust en herstel nodig zijn om te kunnen presteren.
Een eetstoornis is niet altijd zichtbaar. Ook sporters die goed presteren of een gezond gewicht hebben, kunnen toch last hebben van problemen met eten of een eetstoornis.
Let daarom op veranderingen in gedrag, prestaties, humeur of sociaal contact.
Een sporter heeft hulp nodig om te kunnen herstellen van een eetstoornis. Hoe eerder je het gesprek aangaat, hoe groter de kans op herstel. Vertel wat je ziet en dat je je zorgen maakt.
Soms is het nodig om tijdelijk te stoppen met sporten, of om minder te trainen, zodat iemand kan herstellen. Voor sommige sporters kan dit helpen om gemotiveerd te blijven. Voor anderen kan het juist moeilijk zijn. Elke sporter heeft daarom een ander soort begeleiding nodig.
Raad je sporter aan om te praten met een (sport)arts, (sport)voedingsdeskundige of psycholoog die ervaring heeft met eetstoornissen. Blijf zelf betrokken en steun de sporter.
Bekijk hier de zorgkaart van Stichting (W)EET WAT JE DOET. Daar vind je sportartsen, sportvoedingsdeskundigen en (sport)psychologen of therapeuten die kunnen helpen bij de behandeling.
Let op: soms past een behandelaar zonder ervaring met sporters beter bij een sporter, zolang deze persoon wél veel ervaring heeft met eetstoornissen. Deze behandelaars vind je op de zorgkaart van het Eetstoornissennetwerk.
- Kijk op de websites eetproblemenindesport.nl en weetwatjedoet.nl voor meer informatie over eetstoornissen in sport en dans in Nederland.
- Je kunt ook de website van NOC NSF bekijken voor hun visie op verstoord eetgedrag en eetstoornissen in de topsport. Zij geven daar ook richtlijnen, onder andere over het omgaan met lichaamsgewicht en lichaamssamenstelling.
- Ben je coach of trainer en wil je weten wat je kunt doen bij eetstoornissen bij topsporters? Download dan de gratis handleiding van Stichting (W)EET WAT JE DOET en Stichting Kiem, of hun signalenkaart sport.
- Ook Isa Power heeft een gratis e-book voor sportprofessionals.
- Hier vind je ook het scholingsaanbod van (W)EET WAT JE DOET. Deze trainingen zijn erkend door verschillende sportbonden en beroepsverenigingen en zijn bedoeld voor trainers, coaches, sportzorgprofessionals, bestuur, ouders en sporters.
- Speciaal voor trainers van aangesloten clubs of loopgroepen van de Atletiekunie is er de gratis e-learning Eetstoornissen in de atletiek.
- Ook in Vlaanderen, Australië en het Verenigd Koninkrijk zijn informatieve en behulpzame websites te vinden. Daar staan handleidingen, toolkits en een Engelstalige cursus voor trainers en coaches.
Tips voor zorgprofessionals
De (sport)omgeving kan een risico zijn De sportomgeving kan het risico groter maken dat iemand problemen met eten krijgt of dat deze problemen erger worden. In sommige sporten hoort streng lijnen bij de cultuur. Daardoor lijkt ongezond eetgedrag soms normaal en kan een eetstoornis lange tijd onopgemerkt blijven.
Sporters vinden het vaak extra moeilijk om hulp te vragen Ze zijn soms bang dat ze niet meer worden geselecteerd of dat ze hun sportcarrière moeten opgeven als ze open zijn over hun mentale problemen. Zorgverleners wordt daarom aangeraden om op tijd het gesprek te starten en extra hulp in te schakelen wanneer de begeleiding niet verder komt.
Kennis van de sportwereld kan in de behandeling helpen Het kan de stap om hulp te accepteren kleiner maken. Op de zorgkaart van Stichting (W)EET WAT JE DOET vind je sportartsen, sportvoedingsdeskundigen en (sport)psychologen of therapeuten die kunnen helpen bij de behandeling.
Let op: soms past een behandelaar zonder sportachtergrond beter bij een sporter, zolang deze persoon wel veel ervaring heeft met eetstoornissen. Deze behandelaars vind je op de zorgkaart van het Eetstoornissennetwerk.**
- Bekijk de Signalenkaart voor de huisartsenpraktijk.
- Lees hier meer over eetstoornissen bij atleten en andere artikelen en studies van Karin de Bruin.
- Lees hier meer over mentale gezondheidsklachten in de topsport.
- Het ontwikkelen van een eetstoornis kan te maken hebben met grensoverschrijdend gedrag en de psychische gevolgen daarvan.
- Lees hier meer over Alliantie Dansveilig en over de samenwerking in de danswereld om een veilige en positieve cultuur te creëren.
Is er sprake van een eetstoornis?
Als zorgprofessional kun je in de behandeling of begeleiding van cliënten te maken krijgen met eetstoornissen ontstaan of versterkt door sport. Heb je het vermoeden dat je cliënt last heeft van een eetstoornis? Dan wil je de signalen natuurlijk zo vroeg mogelijk herkennen om diegene te helpen. Hoe eerder iemand hulp krijgt, hoe groter de kans op herstel. In dit onderdeel lees je wat je kan doen bij het vermoeden van een eetstoornis. Check de informatie, aanbevelingen en tips voor jouw zorgdomein.
Bij iemand met een eetstoornis die veel van sport houdt, is het belangrijk om goed te beoordelen of sporten nog verantwoord is. Te weinig energie-inname kan namelijk leiden tot ernstige lichamelijke problemen. Zie hiervoor ook de symptomenkaart.
Een arts speelt een belangrijke rol bij het controleren van de gezondheid en het bekijken hoeveel belasting het lichaam nog aankan. Als je een sportarts wilt inschakelen met ervaring in (top)sport en eetstoornissen, kijk dan op de zorgkaart van (W)EET WAT JE DOET.
Door inzicht te krijgen in de relatie tussen de lichamelijke gevolgen en de eetstoornis, kan iemand met een eetstoornis beter begrijpen wat er aan de hand is. Dit inzicht kan helpen om meer motivatie te krijgen voor herstel.
Mensen met een eetstoornis gebruiken sport vaak om hun energie-inname te compenseren. Sporten is dan geen bron van plezier meer, maar iets wat wordt bepaald door de eetstoornis. Daarom is het belangrijk om te kijken waarom iemand wil blijven sporten. Gezonde redenen kunnen zijn: plezier, sociaal contact, verbinding of passie, zolang het veilig is voor het lichaam.
Het is ook belangrijk om alert te blijven op signalen dat de eetstoornis de controle overneemt. Zie hiervoor de checklist ‘Wanneer wordt sporten ongezond?’.
Vragen die kunnen helpen om dit te begrijpen:
- Voel je spanning wanneer je een training overslaat door een blessure of een sociale afspraak?
- Ben je bereid en in staat om genoeg te eten, om het sporten te ondersteunen? (dus eten om te kunnen sporten, in plaats van sporten om te mogen eten)
Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar iemands gedachten over voeding, gewicht, uiterlijk en presteren. In sommige sporten bestaat het idee dat een laag gewicht of een laag vetpercentage nodig is voor goede prestaties. Soms klopt dit voor een deel, maar sporters en hun omgeving kunnen hierin doorslaan.
Een ongezond laag streefgewicht, proberen dit te bereiken op een ongezonde manier, obsessief meten of wegen, of sterke schommelingen in gewicht kunnen wijzen op ongezonde gedachten over het lichaam. Deze gedachten kunnen worden behandeld met therapie die helpt om gedrag en gedachten te veranderen.
Bekijk de zorgkaart voor psychologen met ervaring in eetstoornissen en sport.
Als iemand met een eetstoornis tijdens het herstel weer wil sporten, is het belangrijk dat de voedingsdeskundige duidelijke afspraken maakt over extra voeding voor de inspanning. Dit heeft voordelen voor het lichaam en voor het mentale herstel:
- Fysiek: het lichaam krijgt genoeg energie om te herstellen van het sporten.
- Mentaal: extra voeding zorgt ervoor dat sporten een gezonde betekenis houdt en niet wordt gebruikt om een tekort aan energie te herstellen. Hierdoor houdt de sporter zelf de controle, en niet de eetstoornis. Dit kan helpen om ongezond of dwangmatig beweeggedrag te verminderen of te voorkomen.
Wanneer het ondanks de hulp van een (sport)voedingsdeskundige niet lukt om genoeg te eten, of wanneer afspraken steeds niet worden gevolgd, is het belangrijk om op tijd (bijvoorbeeld binnen drie maanden) een psycholoog met ervaring in eetstoornissen bij de behandeling te betrekken.
Bij sporters speelt de sportomgeving vaak een grote rol bij het ontstaan en het blijven bestaan van een eetstoornis. Denk aan prestatiedruk, de nadruk op gewicht, of opmerkingen en vergelijkingen van coaches en teamgenoten.
Vraag daarom ook naar training, herstel, prestaties en de sfeer binnen de sport. Dit helpt om het hele beeld te zien en samen te zoeken naar passende steun.
Zoek een zorverlener bij jou in de buurt
Hulp zoeken
Heb je het idee dat iemand in je omgeving een eetstoornis heeft? Ga dan eerst naar de huisarts of naar het buurt- of wijkteam. Ook online kun je veel antwoorden op je vragen vinden. De huisarts kan je doorverwijzen naar specialistische hulp, zoals de GGZ of het ziekenhuis.
Wil je graag praten met iemand die zelf een eetstoornis heeft gehad? Of loop je liever ergens binnen om snel je vragen te kunnen stellen?
Welke soorten ervaringsdeskundigen zijn er? Ervaringsdeskundigen bij een stichting of vereniging: Dit zijn mensen die hersteld zijn van een eetstoornis, of naasten van iemand met een eetstoornis. Zij kunnen anderen helpen bij hun herstel.
Dit kan op verschillende manieren, zoals:
- Voorlichting geven over hoe je een eetstoornis vroeg kunt herkennen
- Ouders motiveren om hulp te zoeken
- Een oudergroep begeleiden
- Individuele gesprekken voeren met ouders die net ontdekken dat hun kind een eetstoornis heeft
- Activiteiten organiseren
Ook in de nazorg kunnen ervaringsdeskundigen een belangrijke rol spelen, wanneer iemand weer teruggaat naar een leven zonder eetstoornis.